De Eindeloze Zoektocht naar Originaliteit

De uitdaging van hedendaags design: niet gevangen blijven in trends en modes en menselijke emoties terug een centrale plaats geven in ons werk.

De nieuwe editie van de Milan design Week gaat van start. Zoals vaak bij de opening van beurzen en bijeenkomsten, ga ik nadenken over een belangrijke vraag: hoe kan men iets origineel en authentiek maken in een tijd waarin alles reeds bedacht en gerealiseerd lijkt?

In andere disciplines zoals wetenschap en techniek, is ‘nieuw’ werk meestal gebaseerd op voorafgaand onderzoek. Ik ben een designer, maar ik weet dat het heel belangrijk is te vertrouwen op vooraf verzamelde gegevens. Hoe zouden ingenieurs bruggen kunnen bouwen zonder vooraf structurele berekeningen en formules uit te werken? Kijken naar andere disciplines toont het probleem bij design. Hoe kunnen we stellen dat iets van ons is? Hoe kan iets een werk worden waar al het andere niet naar refereert?
Ik denk dat we eerlijk moeten zeggen dat alles reeds gemaakt is. Het is altijd mogelijk een werk te vinden dat gelijkaardig is, of concepten waar reeds mee gewerkt werd. Laat me u wat provoceren. Wat is het probleem daarbij eigenlijk? Is het niet belangrijker het proces of de intenties van de designer te onderstrepen, net als de manier waarop de designer tot het resultaat komt?
Laat ons bij deze eindeloze zoektocht naar “absolute originaliteit” niet vergeten dat stellen dat iets reeds gemaakt werd of dat iemand elementen overneemt van andermans werk geen goede kritiek is. Dergelijke kritiek toont enkel het gebrek aan begrip bij de criticus over het mechanisme van het ontwerpen van eender welk werk of design of kunstvoorwerp. Het zou dwaas zijn te beweren dat ieder die Cortenstaal gebruikt Richard Serra imiteert. Of wie algoritmes gebruikt in zijn of haar design het werk van Zaha Hadid uitbuit. Kunnen we niet zeggen dat we eigenlijk allemaal op de schouders van reuzen staan?

Natuurlijk is er een grens aan deze kijkwijze. Neem nu de Memphis revival beweging. Dit is een goed voorbeeld van puur plagiaat en oppervlakkige benadering door heel wat designers. Men beschouwt het als een stijl of een mode en men imiteert het om ‘nieuwe’ concepten te formuleren voor producten en voorwerpen. Het heeft niets te maken met de originele ideeën achter de beweging, die slechts oppervlakkig begrepen worden.
Het voorbeeld van Memphis toont iets heel belangrijks voor mij als designer: teveel blootgesteld worden aan trends en heersende modes leidt uiteindelijk tot een zeker conformisme bij het ontwerpen en het formuleren van ideeën. Net zoals we zagen tijdens de laatste vijf of meer jaar van de nog steeds bestaande Memphis-revival en de invloed ervan op de designwereld. Weinigen lijken de moed te hebben daarmee te breken.
Het is een hele uitdaging te weerstaan aan de heersende trends en toch deel uit te maken van de designerwereld. Ik de praktijk probeer ik de externe invloeden op mijn werk te beperken. Dit leidt tot een soort isolatiepolitiek, zoals het Japanse Sakoku, dat leidde tot de ontwikkeling van een unieke en zeer gewaardeerde kunst en cultuur. Maar er zijn ook onmiskenbaar negatieve effecten wanneer een heel land zo’n extreme keuze maakt. Ik hou ervan te geloven dat op individueel niveau een dergelijke politiek een goede bescherming kan bieden tegen de negatieve aspecten van de heersende modetrends.

post-image-08-01

Dit betekent niet dat origineel werk niet ontworpen kan worden terwijl men zich midden in de trends en modes bevindt, daar wil ik duidelijk over zijn. Verschillende persoonlijkheden werken op verschillende manieren. Ik zeg alleen dat de noties van originaliteit en authenticiteit misschien opnieuw gedefinieerd moeten worden, waarbij men wellicht terug van nul moet beginnen in vergelijking met voorgaande beschrijvingen.
In het begin van mijn creatief proces denk ik niet noodzakelijk na over de functionaliteit van mijn voorwerpen of de praktische gebruiksvriendelijkheid ervan. Neem nu bijvoorbeeld mijn afstudeerwerk ‘Engineering Temporality’. Ik studeerde in Nederland toen mijn familie geconfronteerd werd met de diagnose Alzheimer bij mijn grootmoeder. Ik was ver van mijn familie en van Finland en kon er voor hen dus niet echt zijn. Toch was ik erg geraakt door deze situatie en ik begon mijn opleiding en mijn beroep op een heel kritische manier te benaderen door vragen te stellen als: ’Waarom ontwerpen we voorwerpen die eigenlijk onverschillig zijn voor hoe we zijn als mens?’ We hebben emoties en dromen, we zijn kwetsbaar, tijdelijk en gevoelig. De voorwerpen die we ontwerpen zijn het tegenovergestelde. Waarom houden professionelen zich daar niet mee bezig en baseren ze hun filosofie niet op menselijke en emotionele waarden?
Mijn benadering van design is meer menselijk en ik denk in termen van gevoelens en expressiviteit van het materiaal en de middelen.Ik ben meer geïnteresseerd in de menselijke interpretatie van een voorwerp, want uiteindelijk gaat het daarover.

 

Mensen verlangen naar intense ervaringen en willen dromen, hebben streefdoelen en willen groeien door te leven met het hele spectrum aan zintuigen. Daarom willen we consumeren, meer voorwerpen bezitten en ook nieuwe voorwerpen: we hebben honger naar stimuli. Ik geloof dat de psychologie achter duurzame design onze emotionele hechting aan voorwerpen is. Emoties zijn de belangrijkste weg naar originaliteit in wat we doen.

Eén van de peetvaders van de Memphis Group, Ettore Sottsass, meende dat het leven gebaseerd is op zintuiglijke ervaring. Hij dacht niet dat intelligentie de kern was van alles. Om iets te kunnen vatten is perceptie doorheen onze vijf zintuigen veel belangrijker. Dit idee is het vertrekpunt voor mijn nieuwe collectie lampen. Verlichting is slechts één aspect van het licht, net als duisternis en de schaduwen vormen een synthese van beide elementen.
Ik denk dat duisternis een speciale plaats inneemt in onze fantasieën en onze verbeelding. Het zijn uiteindelijk menselijke emoties. En misschien vinden we in emoties een echte, waarachtige weg naar originaliteit en authenticiteit. Neem nu bijvoorbeeld mijn eigen huis. Ik voel me niet snel op mijn gemak in een ruimte die fel verlicht is, waar alles blinkt en schittert. Overdag vertrouw ik volledig op natuurlijk licht dat schijnt door mijn ramen. s’ Avonds gebruik ik zo weinig mogelijk kunstlicht, een verlichting die duisternis mooi maakt.
Het lijkt erop dat we met z’n allen de schoonheid van duisternis en de kleuren van schaduwen in de hoeken van ons huis vergeten zijn. Beeldt u zichzelf in in een vertrouwde ruimte, zoals uw keuken, die u schijnbaar perfect kent in elke hoek. En laat u nu in gedachten verrassen door een weinig licht dat in staat is deze ruimte te veranderen, onverwacht krijgt u een ander beeld.

post-image-08-02

Zoals Junichirõ Tanizaki schreef in zijn bekend boek, Lof der Schaduw: “De kwaliteit die we schoonheid noemen, groeit toch steeds over de realiteit van het leven heen, en onze voorouders, die in donkere kamers leefden, ontdekten schoonheid in de schaduwen, en uiteindelijk leidden de schaduwen zo tot het einde van de schoonheid.” Zijn boek speelt zich af in het vooroorlogs Japan, wat duidelijk een heel verschillende cultuur en periode is. Maar zijn zijn ideeën vandaag daarom minder relevant? Zou het niet kunnen dat onze poging om de schaduwen uit onze omgeving te verbannen met behulp van overdreven verlichting leidt tot het verlies van een essentieel aspect van de ruimte waarin we leven en van onszelf?

Gerelateerde inhoud

Verlanglijstje

U moet zijn ingelogd om producten aan uw verlanglijstje toe te voegen.

Inschrijven

Selecteer een ander product

Vergelijken

Producten vergelijken

U kunt niet meer dan 3 producten kopen. Verwijder een product voordat u een ander product toevoegt.